Herman Coenen’s Blog

Just another WordPress.com weblog

Uiterwaarden

 

 

Zaterdag 12 maart 2016,  Millingerwaard, langs de Waal bij Nijmegen:

Li An Phoa (Spring College) organiseert een wandeling door de uiterwaarden, met de Chinese natuurfilmer John D Liu. Een groep van zestig, meest jonge mensen, neemt deel. Inspirerende verhalen, dringend: het is hoog tijd, de natuur meer aandacht te geven, onze economie om te buigen…

Hier zes gedichten, geschreven tijdens deze wandeling:

 

Uiterwaarden

1.

Terwijl hij sprak van

total colonization of the planet

gakte boven het water een vogel

en het gele pompmachien

bromde genoeglijk verder

 

we stonden op jonge grond

 

2.

De bomen komen terug!

Laat de weilanden over aan zichzelf

de wind de regen de rivier trekvogels

de niet thuis te brengen geluiden in de houtwal

hoor ze klagen hoor ze

voorzichtig juichen

 

3.

Boom was ik

nu ben ik een rotspunt

takken aan mijn voet

ben ik het huis

warme herberg

van wie mij vindt

met of zonder vleugels

 

4.

Hier in deze klei

heeft alles stem wat groeit

het trillend gras de bladerloze struik

zon die zich tussen de doornen wurmt

de onzichtbare vogels met hun ratelend concert

zelfs de machinale pomp

die je van kilometers ver kunt horen

 

5.

Het Amerikaans accent

heeft onmiskenbare golvende lijnen

die je doen geloven of je wil of niet

wat de klinkers de medeklinkers zeggen

 

er zijn nuchterder talen op de wereld

 

6.

Er was geen tafel er was zand

drooggevallen waar de rivier zich had teruggetrokken

er was voedsel toebereid meegebracht in tassen

er waren kannen thee er waren afgebroken takken

boomstammen schaduwen en er waren stemmen

aandacht ogen er was luisteren

 

en zij verteerden droegen het verder

in de stilte van hun weefsels

 

*

Advertenties

Gedichtendag 2016 Wat doet een gedicht? Het gedicht wikkelt zich in. Als een rups die zich inspint met kleverige draden, een lelijk gekleurd vlies. Daar hangt het, aan een stekelige tak en doet niets. Een hele tijd niets. Zo laat het gedicht zich zien. Open en bloot voor ieder die het wil bekijken. Simpel, een niemen-dalletje. Maar het geeft zich niet prijs. Als je wil, kan je het platdrukken tussen je vingers. Wel een plakkerige, slijmerige boel. Maar de kern krijg je niet te pakken. Want er is geen kern. Pas als je het gedicht met rust laat, het beziet en dan heel lang er van af blijft, begint het te bewegen. Iets kronkelt, wurmt zich los, vouwt zich open. Langzaam, langzaam. Het blaast zich vol met lucht. Het wordt licht. Lacht om de zwaartekracht. Hoor hoe het lacht, het gedicht. En let op, het krijgt de wonderlijkste kleuren. Vleugels die niets anders dragen dan zichzelf. Het neemt je ogen mee, je oren, al je aandacht en opeens voel je je eigen zwaarte niet meer. Dat doet het gedicht. Herman Coenen

Mijn nieuwe voorstelling gaat van start in Haarlem

De voorstelling ‘Ruimtes’ die ik vanaf 2012 op diverse plaatsen in Nederland heb gespeeld, krijgt een vervolg: ‘Niet van hier… en toch’. Ziehier de aankondiging.

Lichthuis, Haarlem

Zondagmiddag 22 november

14:00 u.

Herman Coenen

Niet van hier… en toch

Solitaire kampeerder, rijdt met zijn auto door Europa, fietst over Alpenreuzen. En staat dan stil bij een bloeiend plantje in de rotswand langs de weg. Trek naar de verte, aandacht voor het minieme. En overal speelt licht. In de mensen die hij ontmoet, de vogels in de achtertuin, muziek die hij hoort. Het mysterie is overal. Maar regelmatig bekruipt hem de onrust over de wereld van vandaag. Hoe moet dat allemaal? En wat kan zo’n immer verwonderde dichter nou aanrichten?

Herman Coenen schildert miniaturen, met de pen, met de concertina, met kleine bewegingsfantasieën. Hij vertelt, leest voor, maakt muziek, spreekt zijn publiek aan met korte verhalen, persoonlijk en herkenbaar. In de stilte die hij oproept is er ruimte tot mijmeren, jezelf zien, om je heen kijken, dankbaar, weemoedig, verbaasd, hoopvol.

Plaats: Het Lichthuis (op begraafplaats St. Jozef), Vergierdeweg 456, 2026 BJ Haarlem

Aanvang: 14.00 uur, zaal open vanaf 13.30 uur

Entree: € 6.00, inclusief koffie en thee

Parkeren: Voldoende gratis parkeerplaats op het terrein zelf

Reservering en informatie: Brigit Frielink, bfrielink@hetnet.nl, 06 12 75 85 04

Na afloop: Gelegenheid tot ‘na-zit’

Brabant Cultureel publiceert

Momenteel staat op de site van het e-tijdschrift Brabant Cultureel mijn gedicht over de bomen in mijn straat en daarop aansluitend een niet gehouden toespraak voor gemeenteraad en stadsbestuur van Tilburg.

Zie: http://www.cubra.nl/specialebijdragen/BrabantCultureel/index_201505_tijdelijk.htm

Hoopje veren

Hoopje veren

Klauwend tegen de muur

omhoog dwarrelend blad met muziek

juichkreetjes om het nat het omgekeerde paasvuur in de struiken

de kameraden van een andere soort en kleurpatroon

in de opgaande stammen

 

tegen alles kan je aan

 

als het maar voor even is

jijzelf zonder gewicht

 

 

Herman Coenen

druilerige vrijdagmorgen

16 oktober 2015

 

Wat zo’n vogeltje, in een ooghoek gezien door het raam, niet kan oproepen! Sterk in al zijn nietigheid. Wat kan je er nog aan toevoegen? Laat zijn, en zijn kleine merkteken in je achterlaten..

 

 

En hier een ander moment bovendrijvend in de grondzee van de herinnering: Jaap de visboer komt langs met zijn kar. Hoor maar…

 

file://localhost/Users/hermancoenen/Downloads/wetransfer-e898a5/Herman%20Coenen-Ouwe%20bikkejaaa%20tot%206%20nov.mp3

 

Gedichtendag 2015

 

Gedichtendag: aan de bomen voor mijn huis is het niet te zien. De mus die van de ene naar de andere vliegt, laat zich er niet door uit zijn koers werpen. De man in de beige auto die net de hoek om rijdt, ook niet.

Alles gaat zijn gang.

Als dichter ben je dat gewend. Alles gaat zijn gang, of je nu iets schrijft of niet. En je kunt er wel moeilijk over doen, zo van ‘de wereld heeft geen oor voor poëzie’, maar zelf werk je er volop aan mee, ook jij bent voortdurend met allerlei dingen bezig. ‘Alles gaat zijn gang’ vindt in jezelf zijn grootste medeplichtige.

En dat is maar goed ook. Want de ‘gang’ die zich in alles voltrekt, is de vijver waarin je als dichter vist. Hij biedt je de overstelpende hoeveelheid materiaal waartussen de schilfers, snippers en  slierten zitten die je, roerend met je hand in dat water, tussen je vingers voelt samenklonteren. Je werpt het op de wal waar je zit en je kijkt ernaar, woelt erin, legt het uiteen. Voorzichtig, want er kan nog meer tussen zitten wat je niet verwacht.

Raar is dat: je vist dus niet met een hengel. Er is geen apparaat dat tot je beschikking staat. Je hebt geen zoekprogramma. Bij het dichten heb je alleen je eigen hand, waarmee je het doet. Een hand met een eigen bouw en gevoeligheid. Hij mag dan zo te zien wel op vele andere handen lijken, er is geen hand als de jouwe.

Dichten is een eigenaardig soort vissen, waarbij je in het vissen tegelijk ook het eigene van je hand leert kennen. Naarmate je het langer doet, raak je meer vertrouwd met waar deze hand zich toe aangetrokken voelt. Maar daar kan je je dan toch ook weer niet op baseren. Want hij doet regelmatig verrassende dingen.

Eigenlijk weet je dus niet waar je in het dichten op vist. Is het wel vis? Vaak blijk je iets heel anders te hebben gevangen dan wat je dacht te gaan vangen. Telkens weer kom je er achter: dichten is iets opsporen waarvan je niet eens wist dat je het zocht. Als het leven je al onophoudelijk voor verrassingen stelt, in het dichten is dat evenzeer zo. Misschien is gedichten maken wel bij uitstek het beoefenen van de kunst, het willen te laten.

Er is dus geen programma. Uitgevers, recensenten, redacteuren lopen, bij het uitvoeren van wat ze als ze hun verantwoordelijkheid zien, nogal eens in de val, definities en criteria te willen vaststellen van wat een goed gedicht zou zijn. Maar het ontstaansproces onttrekt zich steeds opnieuw aan de (door anderen of jezelf) gestelde regels. Het volgt zijn eigen ondoorgrondelijke wil, met zijn nukken en weerbarstigheden, zijn onverwachte openingen. En als dichter kun je daar alleen maar aan gehoorzamen. In die zin ben je de behoeder van een diepgaande vrijheid: de vrijheid tot luisteren, tot gehoor geven aan wat het ondefinieerbare in het hart van de woorden je vraagt te doen. En uiteindelijk is dat het ondefinieerbare in het hart van het leven, dat zich uitspreekt in de woorden die onder je hand tevoorschijn komen.

 

 

Schrijver

 

Hoe hij zich op zijn knieën voorover buigt

in het gras langs de bevroren vijver

zijn ogen dicht op de verkorste wouden

van microben de voorwereldlijke open plek

 

gouden oog van de hemel die hij

druipend in de kom van zijn handen

het huis in draagt van zijn gedicht

 

dat als glas de gezichten spiegelt

van wie het willen lezen, onvoorbereid

op de kou die hij er binnen bracht.

 

Herman Coenen

(Lezend in Jan Wolkers, Wintervitrines)

 

 

 

Handomdraai

 

Nog altijd zou ik je willen beschermen

tegen de poes die voor je ogen wordt overreden

de jonge leeuw op het filmpje die onwetend

het buffelkalfje martelt, het gruwelijks dat mensen

mensen aandoen, de rampen die onafwendbaar

de vensterbanken van je flat bestijgen, tegen de mist

die om je leven heen hangt

 

alles wegvegen in één handomdraai

het licht aandoen, zo we zijn weer thuis

de cv hoger en wat gaan we

voor spelletje doen onder de lamp

 

het zal weinig helpen

mijn goede bedoelingen niet

niet de invloed die ik zou willen aanwenden

voor doeltreffende acties, alles gaat door

ook jouw donker

 

of zou mijn knikkend luisteren

de knoop in mijn maag

al genoeg zijn geweest?

 

Herman Coenen

 

 

Opstel

 

Alsof ik het niet merkte

gleed het van zijn bergplaats onder mijn jas

naar de stenen alleen de donkere coniferen

en de lege struiken hadden het gezien

de meester raapte het op rolde het open

las

 

was er iets van eerbied in zijn stem

toen hij zei dat hij dit gevonden had?

hij stuurde het in naar de wedstrijd

en ik won

 

de eerste prijs voor mijn opstel

dat de lichtbeelden de gloeiende ogen

de stapels uitgeteerde lijken in zich had geborgen

het geheim onder mijn jas en de eenzame man

die in het kamp opengevouwen werd

tot liefde

 

ik was negen de jongste van de klas

wie wiegde mij om de pijn die nooit meer wilde helen?

 

Herman Coenen

 

 

Meester

 

Als hij dan weer

met wit krijt in zwierig schoonschrift

een verhaal op het schoolbord zette

 

en er in kleurige lijnen

sierlijke taferelen omheen drapeerde

hier en daar met de muis van zijn hand

het zachte stof dooreen vegend tot briljante tussentinten

 

wij in onze banken ademloos

de armen over elkaar

een onbewaakt zwaaiende voet

wachtten tot wij ook mochten

 

hij in de diepzeestilte die toen kwam

met ons mee zwom wijzend waarheen waarlangs

hier afzetten daar verborgen in het wier

de schittering van een onbekend wezen

dat je zelf uit het duister

te voorschijn toveren kan

 

werden alle cijfers tafels van een tot tien

regels van verbuiging en vervoeging komma

dubbele punt onderwerp gezegde lijdend

meewerkend voorwerp

 

en de metalen stem waarmee hij

het luid krakelend roedel moest tuchtigen

onderwerpen aan een wil die de zijne niet was –

 

onherkenbare snippers oude krant

verwaaid in een hoek van het schoolplein

waar nooit iemand kwam.

 

Herman Coenen

 

 

Woord

 

Het lege blad beschrijven

de stilte verbreken die als ijzige kou

heerst in het kabaal van de wereld

 

tussen de vele toegeworpen woorden

het ene vinden – aardse woonplaats

voor de thuisloze ziel.

 

Herman Coenen

27 september 2014: ‘Ameiralinho’, een voorstelling van Herman Coenen en Sandra Coelers

Zaterdag 27 september 2014, 20:00 u. in Engelen bij Den Bosch:

Sandra Coelers en Herman Coenen

 ‘Ameiralinho’

Ameiralinho, een naam, een plaats. Aanwijsbaar op de landkaart, een plek waar je kunt verblijven. Ameiralinho is ergens. Maar ook niet. De klank roept iets op dat boven plaats en tijd uitgaat. Ze zingt zich los en neemt je mee naar wonderlijke oorden. Uilen roepen in de nacht, honden blaffen, onbekende dieren schuifelen door het onderhout, wind schudt de bamboe met zijn onzichtbare handen. De maan is daar reusachtig, en overdag kijkt in het felle zonlicht een hagedis je aan, het kopje schuin, terwijl vogels trillend voor de violette, vermiljoenrode, en witte bloemkelken zweven. Elk woord dat je spreekt, zingt. Vermengt zich met de geuren van de eucalyptus, verdwijnt onhoorbaar in de schaduw van de bananenboom. En aan de horizon bruist en woedt de oceaan in zijn onophoudelijke strijd met de massieve rotsen…                  

In ‘Ameiralinho’ heffen Sandra Coelers en Herman Coenen een lofzang aan op een plaats die een verlangen aanraakt, dieper en groter dan een plaats ooit kan vervullen. De beelden waarin ze dit doen, komen tot leven door hun gedichten, liederen en instrumentaal spel op gitaar en concertina. Het wordt een uur waarin de kracht en de betovering van de natuur, het spel van licht en donker, de eindeloze variaties van het geluid, de kleurige verschijningen van mensen en dieren ten volle tot hun recht komen. Kom, luister, kijk, en geniet!

Sandra Coelers is liedkunstenaar, gevormd in zang en gitaar, met een grote ervaring op vele podia  en in theaters in binnen- en buitenland, waaronder het Amsterdams Concertgebouw, het BIM-huis en het North Sea Festival. Ze zingt al vele jaren het Zuid-Amerikaanse repertoire van Argentijnse tango tot Cubaanse levenslust, schrijft haar eigen liederen in het Nederlands, maar ook Portugese fado en composities op buitenlandse poëzie behoren tot haar werk. Ze was vaste gastzangeres in het trio van Saxofonist Dick de Graaf, leidde haar eigen band ‘La Flor Azul’ en toert nu door het land met haar band ‘Flor de Amor’ en in diverse andere combinaties onder meer met Michaël Breukers, trombonist-accordeonist Hans Sparla en de Braziliaanse percussioniste Simone Sou. Ze heeft diverse CD’s gemaakt, als laatste het wonderschone ‘Wachten op mij’ uit 2012. En ze geeft bijzondere zangtrainingen en -workshops. www.sandracoelers.nl

Herman Coenen is dichter en performer, gevormd in voordracht, mime, zang en concertina.  Zijn werk werd en wordt gepubliceerd in literaire bladen als Tirade, De Revisor, De Poëziekrant, De Brakke Hond, Brabant Cultureel. Naast eigen bundels zijn gedichten van zijn hand opgenomen in het jaarlijkse ‘Poëziespektakel’ van Uitgeverij Querido (Amsterdam) in 2010, 2011, 2012 en 2014. Hij schreef het verhaal voor een kinderboek, geïllustreerd door zijn dochter Marieke: ‘De Groene Pompoen’ (De Eenhoorn, Wielsbeke, 2011), maakte een CD van zijn teksten met pianist Jeroen van Vliet: ‘Alleen nog maar de zon schilderen’ (2005). Hij heeft een poëziecolumn bij Omroep Tilburg (radio en website) en trekt met zijn solovoorstelling ‘Ruimtes’ door het land ( in juni 2013 in Engelen). Verder leidt hij workshops rond dichten, levensverhalen, e.d., geeft individuele coaching en leidt ceremonies bij uitvaarten, huwelijken e.d. https://hermancoenen.wordpress.com

Plaats: historisch kerkje ‘De Oude Lambertus’, De Kerkhof 3; 5221 AJ Engelen bij Den Bosch 

Tijd: zaterdag 27 september, 20:00 u

Entree: € 15,00; in voorverkoop €13,00 (Bank NL79 RABO 013 45 12 995 t.n.v. H.L.M.Coenen, Tilburg, o.v.v. Engelen of contant via c.lavell@hccnet.nl tel. 06 2247 8620)

Informatie:www.kerk-engelen.nl of trobadorherman@hotmail.com

(Foto Sandra en Herman: Sanne Muller)